**1..** 1.Alvorens het eigen onderzoek naar het zich voordoen van weigeringsgronden als bedoeld in artikel 3 van de wet wordt gestart, zal een aanvraag eerst beoordeeld worden conform de voorschriften van de Algemene wet bestuursrecht en de reguliere weigeringsgronden vanuit onderliggende wetgeving van de desbetreffende vergunning. Daarbij kunnen de volgende stappen worden onderscheiden:
Stap 1:
Het onderzoek behelst in ieder geval de controle en analyse van de door de aanvrager/houder van: 1e de ingevulde BIBOB-vragenformulieren en de door hem/haar daarbij aangeleverde documenten 2e -eventueel extra op verzoek van het bevoegde gezag door aanvrager/houder overgelegde documenten of informatie
3e open bronnen onderzoek (zoals Kamer van Koophandel, Kadaster, etc.)
De Bibob-gronden vormen een aanvulling op de reeds bestaande mogelijkheden om een vergunning te weigeren of in te trekken. Het bevoegd gezag zal echter altijd eerst de bestaande weigering en intrekkingsgronden onderzoeken en - zo mogelijk - toepassen.
Wanneer het Bibob-vragenformulier niet of niet volledig wordt ingevuld worden allereerst de daartoe gestelde regels van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. Bij volharding zal de weigering of het toesturen van onvolledige informatie worden beschouwd als een ernstige mate van gevaar als genoemd in artikel 4 juncto artikel 3 van de wet.
Bij de uitvoering van het eigen onderzoek kan de informatiepositie van bestuursorganen versterkt worden door ondersteuning/advisering vanuit het RIEC. Ook kan de gemeente - desgewenst - gebruik maken van de kennis en expertise van het RIEC.
Als het bestuursorgaan op basis van het eigen onderzoek in het kader van de wet genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in de wet kan het de vergunning weigeren of intrekken.
Stap 2
Aanvullend op de controle en analyse van de (extra) versterkte informatie als hiervoor genoemd kan een advies bij het Bureau worden gevraagd, indien:
Na eigen onderzoek vragen blijven bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager of daarmee in verband te brengen betrokkenen, de financiering van de betreffende activiteit en/of onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd;
Na eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de bedrijfsstructuur van aan de uitvoering van de beschikking te verbinden ondernemingen(en);
Na eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de financiering van de aan de betreffende beschikking te verbinden activiteiten;
De Officier van Justitie de gemeente de tip geeft om in een bepaalde zaak een Bibob-advies aan te vragen.
**2..** Een toetsing aan de wet met behulp van een advies van het Bureau geldt in beginsel als een uiterst middel om de integriteit van een betrokken (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy moet het bevoegd gezag de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Deze eisen brengen mee dat het bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak:
eerst, zoals hierboven is uitgewerkt, gebruik moet maken van de eigen instrumenten en
voorts alleen een advies kan vragen indien dit, gelet op de mate van gevaar en de ernst van de strafbare feiten, evenredig is.
**3..** De adviesaanvraag bij het Bureau is geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegen staat derhalve geen bezwaar of beroep open. Wel is het de aanvrager van een vergunning te allen tijde toegestaan de aanvraag in te trekken.
**4..** Bij een advies met een conclusie 'mindere mate van gevaar' dat de (aangevraagde) vergunning wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten en witwaspraktijken kan het bestuursorgaan extra voorschriften aan de vergunning verbinden. Deze voorschriften dienen Bibob-gerelateerd te zijn.
Hoofdstuk 4
Artikel 4:4