Het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak verleent aan de betrokkene geen overheidsopdracht of gaat met de betrokkene geen vastgoedtransactie aan, indien uit het eigen onderzoek en een eventueel daarop afgegeven advies van het Bureau blijkt, dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet. Daarbij zal in geval van een inschrijving op een overheidsopdracht, de geconstateerde ernstige mate van gevaar dienen als versterking van een n of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2012. Dit betreft de volgende situaties:
Indien het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak voornemens is negatief te beschikken op de aanvraag op de beschikking dan wel inschrijving op een overheidsopdracht op grond van de wet, of het aangaan van een vastgoedtransactie wordt betrokkene in de gelegenheid gesteld daartegen zienswijze in te brengen.
Het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak, die een advies van het Bureau ontvangt, kan dit advies gedurende twee jaren toepassen bij andere besluiten die onder de werking van de wet vallen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4:7