Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.6

Artikel 2.6.3

Toewijzingssysteem en gemeentelijke woonbeleid

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zeist houdende regels omtrent huisvesting Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2015, GEMEENTE ZEIST

1. Burgemeester en wethouders kunnen bijzondere regels instellen voor de verdeelsystematiek. 2. De regels hebben betrekking op: Lotingmodel Standplaatsen via woongroepmodel Beheerdersbelang Woongroepen De navolgende voorwaarden zijn van toepassing: A. Lotingmodel Met instemming van burgemeester en wethouders kan maximaal 20% van het vrijkomende aanbod van sociale woonruimte in een gemeentevia het lotingmodel wordenverhuurd. Burgemeester en wethouders kunnenaanvullende voorwaarden stellen. Bij het lotingssysteem zijn de voorrangsbepalingen uit paragraaf 2.4 nietvan toepassing, met uitzondering van artikel 2.4.1, de voorrangsregel inkomen-huur. De volgordevan de reacties bij het lotingmodel wordtaselect bepaald (door het computersysteem). Een woningzoekende kan per woningéén reactie uitbrengen. Indien een loting tot een toewijzing leidt,wordt daarvan in het advertentiemedium binnen veertien dagen na ingang van de contractueel overeengekomen ingangsdatum van het huurcontract mededeling gedaan. B. Standplaatsen via woongroepmodel met voordrachtsregeling Bij inschrijving voor een standplaats en voor overigewoonruimte op een woonwagenlocatie, kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorwaarden stellen: een wachtlijst hanteren, gebaseerd op het woongroepmodel met voordrachtsregeling; de wachtlijst wordt beheerd door de door burgemeester en wethouders aangewezen woningcorporatie/beheerder  en inschrijven op deze wachtlijst kan alleen met een geldiginschrijfnummer van WoningNet; Toewijzing woongroepmodel met voordrachtregeling Voor de toewijzing van een vrijkomende standplaats is een aanvullende voorrangsvolgorde vastgesteld. Deze geldt voor de eersteinschrijvers met de langste inschrijfduur op de wachtlijst. Het aantaleerste inschrijvers onder a. is afhankelijk van de grootte van de woonwagenlocatie. Voor Beukbergen geldt dat dit de eerstetien inschrijvers zijn. De rangvolgorde van de eersteinschrijvers, zoals bepaaldin lid 2, op de wachtlijst wordtals volgt bepaald: voor huurstandplaatsen geldt dat kinderen of kleinkinderen van degene die de plaats huurde voordat deze leeg kwam, voorrang hebben.De regel dat het alleen om de eerste tien inschrijvers van de wachtlijst gaat, is hierbij niet van toepassing; de woningzoekende die een standplaats huurt op de betreffende woonwagenlocatie en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op dezelfde locatie, onder voorwaarde dat de eigen standplaats vrijkomt. De regel dat het alleenom de eerste tien inschrijvers van de wachtlijst gaat, is hierbij niet van toepassing; een kind, inwonendbij familie in de eerste graad op de locatiewaar een standplaats vrijkomt; woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaalzes jaar aaneengesloten op de locatie heeft gewoond; woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar aaneengesloten op een woonwagenlocatie elders in Nederland heeft gewoond; overige woningzoekenden. Op basis van inschrijfduur op de wachtlijst; voor lid a. tot e. geldt dat bij gelijke kandidaten, degene met de langste inschrijfduur op de wachtlijst voorrang heeft. Voor nultredenwoningen op de locatie Beukbergen geldt de volgende voorrangsvolgorde: 65-plussers of mensen met een indicatie (zie art. 2.4.2 lid 2b) - onder nultredenwoningen) die in de afgelopen tien jaar minimaal 6 jaar aaneengesloten op de locatie gewoond en die na verhuizing een woning of standplaats achterlaten; 65-plussers of mensen met een indicatie (zie art. 2.4.2 lid 2b –onder nultredenwoningen) die op de wachtlijst voor Beukbergen staaningeschreven, op volgorde van de wachtlijst; Overige inschrijvers op de wachtlijst van Beukbergen via de in lid 3 beschreven volgorde. Een adviescommissie van bewoners van de betreffende woonwagenlocatie adviseert de woningcorporatie/beheerder over de toewijzing. Bij dit advies wordtde volgorde zoals gesteld in lid 3 aangehouden. Burgemeester en wethouders behouden het recht om in te grijpen in het toewijzingsproces of af te wijken van deze regeling. Burgemeester en wethouders vragende woningcorporatie dan wel de beheerder om advies als zij gebruikmaakt van het bepaalde onder a. Voor urgentieis de urgentieregeling uit paragraaf 2.5 van toepassing. Bij urgentieverzoeken kan de adviescommissie van bewoners dan wel van de betreffende woonwagenlocatie om adviesworden gevraagd. C. Beheerdersbelang Beheerdersbelang is het belang van de woningcorporatie, de beheerder. Of er sprake is van een beheerdersbelang is primair ter beoordeling aan de woningcorporatie, maar ook andere instanties, inclusief burgemeester en wethouders, kunneneen beheerdersbelang herkennen en aankaarten bij de woningcorporatie. Door toepassing te geven aan het beheerdersbelang kan een huurdermet voorrang worden verhuisd. Voorwaarden bij de toepassing van het beheerdersbelang zijn: er mag geen nadeelzijn voor het welzijn van de persoonin kwestie; het is niet mogelijkgebleken om de aanleiding, zoals de overlast,op een ander wijze adequaatte bestrijden; de woningcorporatie lost het probleemeerst binnen het eigen bezitop en vervolgens pas in andermans bezit. Woningcorporaties rapporteren jaarlijks achteraf aan burgemeester en wethouders over de wijze waarop zij invulling hebben gegevenaan dit artikel. Daarbij wordt in elk geval aangegeven om welke aantallen het in het betreffende jaar gaat met een korte aanduiding van de aard van de problematiek. Burgemeester en wethouders kunnen desgewenst nadere informatie vragen. D. Woongroepen Burgemeester en wethouders kunnen een groephuurders aanmerken als woongroep. Vrijkomende woonruimte binneneen woongroep wordtdoor de woongroep zelftoegewezen. Bij nieuwbouw van woonruimte voor een woongroep is er sprakevan een initiatiefgroep waarvan de leden het recht van eerste bewoningkrijgen. Bij de toewijzing zijn de eisen voor verleningvan een huisvestingsvergunning uit artikel 2.2.3van toepassing. E. Bemiddeling Burgemeester en wethouders kunnen door eenmalig aanbod bijzondere categorieën woningzoekenden en woningzoekenden met een indicatie urgent door bemiddeling medewerking verlenen bij het verkrijgen van woonruimte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel