drugshandel: verkopen, afleveren, of verstrekken of daartoe aanwezig zijn van drugs. Onder handel vallen ook de drugslaboratoria, hennepplantages, hennepknipperijen en hennepdrogerijen.
handelshoeveelheid: meer dan vijf hennepplanten, meer dan 5 gram softdrugs of meer dan 0,5 gram harddrugs.
harddrugs: middelen vermeld op lijst I van de Opiumwet;
lokaal: publiek toegankelijke lokalen, zoals onder andere cafés, winkels, alsmede niet voor het publiek toegankelijke lokalen, zoals onder andere loodsen, schuren en bedrijfsruimten, inclusief de bijbehorende erven. Hiermee worden in deze beleidsregels geen coffeeshops bedoeld.
pand: woning of lokaal
overtreder: degene die de overtreding pleegt of medepleegt, of degene die daarvoor als functionele dader verantwoordelijk kan worden gehouden.
recidive: een herhaalde overtreding binnen een periode van 2 jaar.
softdrugs: hasjiesj en hennep (ook stekjes) zoals omschreven in lijst II van de Opiumwet, ook wel aangeduid als hasj, marihuana of wiet.
woning: een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand –eventueel in een gemeenschappelijke huishouding met andere personen – zijn privaat huiselijk leven leidt of pleegt te leiden.