Wettelijk kader sluiten woningen en lokalen
Artikel 174a Gemeentewet geeft de burgemeester de mogelijkheid om een woning of lokaal te sluiten wegens verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor. Er zijn echter panden van waaruit in drugs wordt gehandeld zonder dat dit voor verstoring van de openbare orde zorgt. Daar voorziet artikel 13b Opiumwet in. Op grond van artikel 13b Opiumwet kan de burgemeester bestuursdwang toepassen als in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Die bestuursdwang houdt in dat de burgemeester een lokaal of woning voor bepaalde tijd kan sluiten.
Jurisprudentie gedogen handelshoeveelheid en openbare ordeverstoringen
Zoals gezegd is het verkopen, afleveren of te verstrekken dan wel daartoe aanwezig zijn van softdrugs en harddrugs verboden. Dat geldt ook voor het aantreffen van minder dan vijf hennepplanten, het aantreffen van een hoeveelheid minder dan 5 gram softdrugs en de aanwezigheid van minder dan 0,5 gram harddrugs, alleen wordt dat niet strafrechtelijk vervolgd en hiermee dus gedoogd.
Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat alleen al de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs voldoende basis vormt voor toepassing van artikel 13b van de Opiumwet. Het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs duidt er volgens deze jurisprudentie op dat deze aanwezig was om te worden verkocht, afgeleverd of verstrekt. [1] Ook hoeft niet worden aangetoond dat de handel, het gebruik en de aanwezigheid van drugs een nadelig effect hebben op de openbare orde. Dat betekent dat de openbare ordeverstoring niet met feiten en omstandigheden hoeft te worden vastgesteld als vaststaat dat er een handelshoeveelheid drugs aanwezig is.
[1] ABRvS 11 december 2013. ECLI:NL:RVS:2013:2365