Last onder bestuursdwang
Op grond van artikel 13b Opiumwet kan de burgemeester een last onder bestuursdwang opleggen bij een overtreding. De last onder bestuursdwang houdt in geval van overtreding van de Opiumwet in dat een woning of pand wordt gesloten voor bepaalde tijd. Het opleggen van een last onder bestuursdwang is nader uitgewerkt in de Algemene wet bestuursrecht onder titel 5:3. De last onder bestuursdwang is een herstelsanctie. Het uitgangspunt daarbij is het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding. De bevoegdheid is dus niet gericht op straf.
Zienswijze
Ter voorbereiding van een besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt in beginsel het voornemen bekend gemaakt waartegen mondelinge of schriftelijke zienswijzen kunnen worden ingediend (artikel 4:8 en 4:9 Awb). Hiervan wordt afgezien indien de vereiste spoed zich daartegen verzet (4:11 onder a Awb).
Begunstigingstermijn
In een last onder bestuursdwang moet in de regel een begunstigingstermijn worden opgenomen. Overtreders krijgen 48 uur de tijd om zelf aan het bevel te voldoen. In die tijd kunnen ze persoonlijke spullen of winkelvoorraden uit het pand halen.
In spoedeisende situaties kan daar vanaf worden gezien en wordt er geen last opgelegd maar volgt spoedeisende bestuursdwang (artikel 5:24 lid 5 Awb). Daar is in ieder geval sprake van bij het aantreffen van drugs in combinatie met een overtreding van de Wet Wapens en Munitie: de burgemeester is van oordeel dat hierdoor de openbare orde in zeer ernstige mate verstoord wordt.
Kostenverhaal
De overtreder is zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van de aanwezigheid van drugs in een pand. De kosten van bestuursdwang zijn volgens art. 5:25 lid 1 Awb voor rekening van de overtreder, tenzij deze kosten redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen en worden bij aparte beschikking vastgesteld (art. 5:25 lid 1 Awb).
Artikel 8
Toepassing last onder bestuursdwang
Onderdeel van Beleidsregels handhaving drugs in woningen en lokalen 2017