Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Elektronisch tijdregistratiesysteem

Onderdeel van Regeling werktijden 2017

1.. Het begin en het einde van de werktijd, de pauze en de gronden van niet aanwezigheid kunnenworden vastgelegd door middel van het elektronisch tijdregistratiesysteem. 2.. De medewerker en de direct leidinggevende maken afspraken over de inzet van dit systeem voor de tijdregistratie naast de verplichte aanwezigheidsregistratie in het kader van de Bedrijfshulpverlening. 3.. Bij de in lid 2 bedoelde afspraken kan worden gekozen voor de onderstaande mogelijkheden. Geen tijdregistratie. Het systeem registreert uitsluitend de aanwezigheid van de medewerker in het pand ten behoeve van de Bedrijfshulpverlening. De gemaakte inhoudelijke werkafspraken met de direct leidinggevende worden vastgelegd. Wel tijdregistratie. Op verzoek van de medewerker of de direct leidinggevende voor het vastleggen van de gewerkte (meer of minder) uren en het toezicht op gemaakte werkafspraken overeenkomstig de bepalingen in het vierde lid. 4.. Bij gebruik van het tijdregistratiesysteem zijn de volgende bepalingen van toepassing. De medewerker is zelf verantwoordelijk voor de juiste registratie van zijn arbeidsuren en verlof of een andere reden van afwezigheid. De direct leidinggevende is belast met het toezicht op de naleving van de tijdregistratie en de verlofregistratie. Een correctie van de gegevens binnen het tijdregistratiesysteem is alleen mogelijk door middel van het inleveren van een door de medewerker ingevuld en door de direct leidinggevende voor akkoord ondertekend mutatieformulier dan wel een digitale invulling. In geval dat de medewerker heeft verzuimd zijn pauze te registreren, wordt verondersteld dat hij de pauze heeft opgenomen gedurende een half uur. Het half uur wordt in het tijdregistratiesysteem opgenomen. In geval van bezoek aan de bedrijfsarts, de huisarts, de tandarts, de specialist of het ziekenhuis worden de in verband hiermee niet gewerkte uren in het tijdregistratie-systeem geregistreerd als doktersbezoek. In geval van afwezigheid wegens verlof en ziekte wordt de feitelijke arbeidsduur per dag overeenkomstig de vastgestelde werktijden geregistreerd in het tijdregistratiesysteem. In geval van afwezigheid van een of meerdere werkdagen in verband met buitengewoon verlof; trainingen (het volgen van lessen en/of trainingstrajecten); deelname aan cursussen, congressen, symposia en het voorbereiden of afleggen van examens, waarbij de medewerker niet in de gelegenheid is om zijn aanvangstijd en/of eindtijd te registreren, wordt de feitelijke arbeidstijd in het tijdregistratiesysteem geregistreerd overeenkomstig de vastgestelde werktijden. In geval van een dienstreis wordt als begintijd 08.00 uur en als eindtijd 17.00 uur in het tijdregistratiesysteem vastgelegd. In geval van ouderschapsverlof wordt de te werken tijd in het tijdregistratiesysteem aangepast voor de duur van het verlof. 5.. Het verschil tussen de feitelijke arbeidsduur en de formele arbeidsduur zoals deze wordt geregistreerd door middel van het tijdregistratiesysteem, wordt gecompenseerd met een even zo groot aantal uren saldoverlof. Het maximum aantal uren saldoverlof dat per kalenderjaar kan worden opgenomen is gesteld op 80 uur. 6.. Geen maximum is verbonden aan het aantal uren dat aan saldoverlof in een kalenderjaar kan worden opgebouwd. 7.. Op de eerste werkdag van het nieuwe kalenderjaar is een positief urensaldo van maximaal 10 uur toegestaan. Alle uren die uitstijgen boven het aantal van 10 uur komen te vervallen met ingang van het nieuwe kalenderjaar. 8.. Op de eerste werkdag van het nieuwe kalenderjaar is een negatief urensaldo van maximaal 10 uur toegestaan. Alle uren die meer negatief zijn dan 10 uur worden verrekend met het verlofsaldo van de medewerker.

Rechtspraak bij dit artikel