**1..** De direct leidinggevende en de medewerker zien erop toe dat de werkzaamheden die moeten worden verricht zodanig worden georganiseerd dat de medewerker voldoende rusttijd, waarin geen arbeid word verricht, krijgt of neemt.
**2..** Overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.3 van de Arbeidstijdenwet gelden de volgende rusttijden:
**a..** voor medewerkers onder de 18 jaar een onafgebroken rusttijd van ten minste 12 uur in elke aangesloten periode van 24 uur. Hierin zijn ook begrepen de uren tussen 23.00 en 06.00 uur;
**b..** voor medewerkers van 18 jaar en ouder een onafgebroken rusttijd van ten minste 11 uur in elke aaneengesloten periode van 24 uur.
**3..** Voor medewerkers van 18 jaar en ouder mag de rusttijd eenmaal in elke aaneengesloten periode van zevenmaal 24 uur worden ingekort tot ten minste 8 uur, indien dit vanuit de aard van de arbeid of de bedrijfsomstandigheden noodzakelijk wordt geacht.
**4..** De in dit artikel bedoelde periodes vangen aan op het eerste tijdstip van de dag waarop de medewerker werkzaamheden verricht.