Indien voor de feitelijke aanleg of verandering van een uitweg aanpassing nodig is van gemeentelijk eigendom zal door of in opdracht van de gemeente deze aanpassing worden verricht op kosten van de diegene de uitweg daadwerkelijk aanlegt dan wel in wiens opdracht de uitweg wordt aangelegd.
De feitelijke aanpassing als bedoeld in het eerste lid kan door diegene de uitweg daadwerkelijk aanlegt dan wel in wiens opdracht de uitweg wordt aangelegd op zijn kosten worden verricht na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van het college.
Artikel 9 Materiaalgebruik
In geval een uitweg de berm van de aansluitende weg doorkruist, wordt bij de aanleg een gesloten elementenverharding toegepast.
In afwijking van het eerste lid is het toegestaan bij de aanleg een verharding van grint te gebruiken wanneer de uitweg een bestaande berm van grint doorkruist.
Artikel 10 Tijdelijke uitwegen
Een tijdelijke uitweg kan worden aangelegd in geval er op het perceel tijdelijke extra werkzaamheden worden verricht, zoals verbouwingen, èn
het algemeen belang gebaat is bij de extra uitweg (vermindering parkeerdruk) èn;
de aanleg plaatsvindt overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 2.12 van de verordening.
De tijdelijke uitweg moet worden verwijderd en verwijderd gehouden zodra de werkzaamheden waarvoor de tijdelijke uitweg is aangelegd, zijn beëindigd.
Artikel 11 Inwerkingtreding
Deze nadere regels treden in werking de eerste dag na bekendmaking.
De Beleidsregels uitwegvergunningen gemeente De Bilt 2008, vastgesteld op 19 augustus 2008, zijn ingetrokken wanneer deze nadere regels overeenkomstig het eerste lid in werking treden.
Artikel 13 Citeertitel
Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: “Nadere regels uitwegen gemeente De Bilt 2010”.
Aldus in de vergadering van 5 oktober 2010 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van De Bilt.
de secretaris, de burgemeester,
R.A.K. Huijbregts A.J. Gerritsen
Hoofdstuk
Artikel 8
Aanpassing gemeentelijk eigendom
Onderdeel van Nadere regels uitwegen De Bilt 2010