**1..** De belastingambtenaar heeft ter zake van de belastingen en de Wet waardering onroerende zaken de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de geldende wet- en regelgeving zijn toegekend aan de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing of invordering van de deelnemers als bedoeld in artikel 231, tweede lid onder d, van de Gemeentewet en artikel 123, derde lid onder d, van de Waterschapswet.
**2..** Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid past de belastingambtenaar de nadere regels en beleidsregels toe die het bestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
Hoofdstuk 3
Artikel 19
Belastingambtenaar
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Noordelijk Belastingkantoor