Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Samenstelling

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Noordelijk Belastingkantoor

1.. Elk van de besturen van de deelnemers wijst uit zijn midden een lid aan dat hem in het bestuur vertegenwoordigt. 2.. De leden van het bestuur worden aangewezen voor de duur van de zittingsperiode van de besturen van de deelnemers. 3.. Indien tussentijds binnen het bestuur een plaats vacant of beschikbaar komt, wijst het bestuur van de deelnemer die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering, of als dit niet mogelijk is, ten spoedigste daarna, een nieuw lid aan. 4.. Hij die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 5.. Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan het bestuur van de deelnemer die het aangaat. Het betreffende bestuur doet mededeling van het ontslag aan het bestuur. Het lid houdt zitting in het bestuur totdat in de opvolging is voorzien. 6.. Voor ieder lid van het bestuur wordt tevens een plaatsvervangend lid aangewezen door het bestuur van de deelnemer die het lid heeft aangewezen. Op het plaatsvervangend lid zijn het tweede tot en met vijfde lid alsmede artikel 11 van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel