Naar hoofdinhoud
1.. De aanwijzing door het gemeentebestuur geschiedt bij elke nieuwe zittingsperiode van het college en voorts telkens ter vervanging van hen die ophouden lid van het college te zijn. 2.. Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld in artikel 2, lid 4, aan het college van burgemeester en wethouders opgaaf van: Het aantal van de op 1 januari van dat jaar bij haar aangesloten ambtenaren; De namen en adressen van de ambtenaren die, ingevolge artikel 2, lid 4, als leden en plaatsvervangers zijn aangewezen. 3.. Degene die als lid of als plaatsvervanger door een organisatie is aangewezen, houdt op dit te zijn zodra hij geen lid van de organisatie of geen ambtenaar meer is, alsmede indien de organisatie schriftelijk aan het college van burgemeester en wethouders doet weten, dat zijn aanwijzing als vertegenwoordiger of plaatsvervanger is ingetrokken. In deze gevallen wordt zo spoedig mogelijk een opvolger aangewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel