Bij het benoemen en uit de functie ontheffen van vertrouwenspersonen moet worden bedacht, dat het moet gaan om personen die het vertrouwen van het personeel binnen de organisatie hebben. Aan de andere kant moet de vertrouwenspersoon met een zekere afstand naar de zaak kunnen kijken en moet gewaakt worden voor belangentegenstelling of -verstrengeling. Het is dan ook ongewenst en een reden om een vertrouwenspersoon uit die functie te ontheffen als deze tevens lid is van een hulpverleningsinstelling of een tot hulpverlening ingesteld samenwerkingsverband, bedrijfsarts is of een met de opsporing van strafbare feiten belaste functionaris.