Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Opvang en klachtenprocedure ongewenst gedrag

Indien de klager de voorkeur geeft aan een formele klacht of indien de bemiddeling niet tot een oplossing leidt, kan een klacht worden ingediend. Dit geschiedt door het indienen van een klaagschrift, dat rechtstreeks of door tussenkomst van een vertrouwenspersoon, bij de secretaris van de klachtencommissie wordt ingediend. Om het laagdrempelig karakter van deze procedure te benadrukken, kan een klager zich ook mondeling tot een vertrouwenspersoon wenden, die de klager bijstaat bij het op schrift stellen van zijn klacht.Indien de klacht waarschijnlijk strafbare feiten betreft die niet louter een klachtdelict omvatten, dient de vertrouwenspersoon contact op te nemen met de gemeentesecretaris om vast te stellen of wellicht ambtshalve aangifte moet worden gedaan. Een dergelijke constatering kan overigens ook de conclusie van het onderzoek van de klachtencommissie zijn. Alvorens de klachtencommissie een klacht onderzoekt, dient zij vast te stellen of zij wel de juiste instantie is om het onderzoek te verrichten. Zo vallen aangelegenheden die een rechtspositioneel geschil inhouden buiten de competentie van de klachtencommissie. Ook kan de klachtencommissie beslissen een klacht niet in behandeling te nemen indien één van de omstandigheden, bedoeld in artikel 9:8 van de Algemene wet bestuursrecht zich voordoet. Een klacht kan tot uiterlijk 1 jaar na het ongewenste gedrag worden ingediend. Met deze termijn is aangesloten bij artikel 9:8, eerste lid, sub b, van de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel