Naar hoofdinhoud
1.. Een meerderjarige bewoner van een woning, een vaartuig of een voertuig, waarin een ziekte of onreinheid is vastgesteld, mag een school niet bezoeken tenzij de behandelende geneeskundige of, bij gebreke van deze, de aangewezen geneeskundige, aan het hoofd der school een schriftelijke verklaring geeft dat overbrenging van de ziekte of onreinheid niet bestaat. Voor de toepassing van deze bepaling wordt met een meerderjarige bewoner gelijkgesteld een minderjarige bewoner, die in een school arbeid verricht. 2.. De verklaring, bedoeld als in het 1e lid, kan worden herroepen, hetzij door de behandelende geneeskundige, hetzij door de aangewezen geneeskundige, door herroeping treedt het verbod weder in werking. 3.. Hij, in wiens woning, vaartuig of voertuig een ziekte of onreinheid is vastgesteld en bij wie minderjarigen inwonen, is verplicht te zorgen, dat dezen niet een school bezoeken, tenzij de behandelende geneeskundige of, bij gebreke van deze, de aangewezen geneeskundige aan het hoofd der school een schriftelijke verklaring geeft, dat gevaar van overbrenging van de ziekte of de onreinheid of de onreinheid niet bestaat. Het bepaalde in het 2e lid is van toepassing. 4.. Indien de in dit artikel bedoelde verklaring wordt afgegeven door de behandelende geneeskundige, brengt het hoofd der school deze verklaring onverwijld ter kennis van de aangewezen geneeskundige.

Rechtspraak bij dit artikel