Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Verhaal wegens schenking

Onderdeel van Beleidsregels Verhaal Participatiewet 2017

Bijstand wordt verhaald op degene aan wie de bijstandsontvanger een schenking heeft gedaan. Het moet hierbij gaan om een schenking door een bijstandsgerechtigde of door iemand die de noodzaak van bijstandsverlening ten tijde van het doen van de schenking redelijkerwijs kon voorzien. Verhaald wordt voor zover bij het besluit op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden. Alleen het bedrag boven het bescheiden vrij te laten vermogen kan worden verhaald, maximaal tot het bedrag van de verstrekte bijstand. Onder schenking moet worden verstaan iedere bevoordeling uit vrijgevigheid waardoor de eigen vermogenspositie van de schenker vermindert. Indien de vermogensverschuiving een andere reden heeft (bijvoorbeeld een beloning voor bewezen diensten) is er geen sprake van een schenking en bestaat er geen verhaalsgrond. Dit geldt evenzeer wanneer de schenker zich ernstig verplicht voelt tot degene aan wie hij een schenking doet. In dat geval wordt door de schenker voldaan aan een dringende verplichting van moraal of fatsoen (een natuurlijke verbintenis). Indien het college van oordeel is dat één van deze omstandigheden aanwezig is, is er geen sprake van een schenking. De schenking kan plaatsvinden in geld, maar ook in een andere vorm. De schenking kan eveneens bestaan uit: · goederen; · het verkopen van goederen tegen een prijs welke in geen verhouding staat tot de marktwaarde (bijvoorbeeld verkoop van een huis tegen een te lage prijs); · het afzien van aanspraken op middelen (bijvoorbeeld het verwerpen van een (aandeel in een) nalatenschap of het afzien van een overwaarde bij boedelscheiding). Er behoeft geen formele overeenkomst tot schenking of een notariële akte aanwezig te zijn.

Rechtspraak bij dit artikel