**a..** Het (huis)nummeren geschiedt, gezien vanuit het centrum, oplopend. Het centrum in de kern is de publieksingang van het gemeentehuis. In de kerkdorpen is het centrum de voorzijde van de r.-k. kerk in plaats van het gemeentehuis. Op wegen die loodrecht op deze richting liggen, nummeren volgens de richting met de wijzers van de klok mee.
**b..** Indien bovenstaande regel geen duidelijkheid geeft, dan wordt genummerd, gezien vanaf de hoofdweg, oplopend.
**c..** De situering van de voordeur is leidend bij het toekennen van een adres.
**d..** Gezien vanuit de oplopende nummering, worden aan de rechter zijde van de openbare ruimte de even nummers toegekend en aan de linker zijde de oneven nummers.
**e..** De huisnummering van doodlopende openbare ruimten dient aan te vangen vanaf de aangrenzende weg.
**f..** Indien de openbare ruimte uitkomt op een plein (en deze dezelfde naam draagt) dient doorgenummerd te worden alsof het plein onderdeel is van deze weg.
**g..** Gebouwen met meerdere hoofdtoegangen tot verblijfsobjecten dienen in evenveel delen opgedeeld te worden. Ieder deel dient afzonderlijk van een nummer of nummerreeks voorzien te worden. Indien de hoofdtoegangen aan verschillende wegen gelegen zijn dient men de nummering van deze wegen aan te houden.
**h..** Bij sterk wisselende bebouwing moeten de even en oneven huisnummers aan elkaar worden gerelateerd.
**i..** Voor ruimten tussen gebouwen, die in de toekomst mogelijk bebouwd worden, moet het maximaal verwachten aantal huisnummers worden gereserveerd.