Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorwaarden en criteria

Onderdeel van Verordening gemeentelijk noodfonds gemeente Moerdijk

1.. Een beroep op het noodfonds is alleen mogelijk als de aanvrager geen aanspraak kan maken op een reeds bestaande voorziening in het kader van bijstandsverlening en/of schuldhulpverlening. 2.. Beroepen op het noodfonds zijn slechts mogelijk voor incidentele noden die het gevolg zijn van bijzondere omstandigheden van de persoon of het gezin; structurele aanvulling van een laag inkomen is uitgesloten. 3.. Het noodfonds voorziet niet in tegemoetkomingen indien de financiële situatie veroorzaakt is door verwijtbaar gedrag door de aanvrager. 4.. De hoogte van de noodbijdrage wordt afgestemd op de omstandigheden van het individuele geval. 5.. Per kalenderjaar kan een aanvrager in beginsel slecht éénmaal een beroep doen op het noodfonds. 6.. De uitkering wordt in beginsel in eerste instantie verstrekt a fonds perdu. 7.. De doelgroep voor beroep op het fonds wordt niet beperkt door het hanteren van inkomensgrenzen. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding uit het fonds mag het vermogen van de aanvrager het vrij te laten vermogen conform de Wet werk en bijstand niet overstijgen. 8.. Bij aanvragen van personen op wie een schuldregeling of -sanering van toepassing is, of wie daartoe een aanvraag heeft ingediend, wordt vermeden dat die schuldregeling wordt doorkruist of belemmerd.

Rechtspraak bij dit artikel