Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6.

Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ

Het verlagen van de uitkering die in de nabije toekomst wordt verstrekt, is de gemakkelijkste methode van het opleggen van een verlaging. Dan hoeft niet te worden overgegaan tot herziening van de uitkering en terugvordering van het te veel betaalde bedrag. In de praktijk zal dit meestal inhouden dat een verlaging wordt opgelegd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand, die volgt op de kalendermaand waarin het besluit bekend is gemaakt. Voor de berekening van de hoogte van de verlaging moet worden uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm. In afwijking van lid 1 is het op grond van lid 2 ook mogelijk om een opgelegde verlaging over een bepaalde maand daadwerkelijk uit te voeren in die maand als dit besluit aan belanghebbende kenbaar wordt gemaakt voordat de betaling over de betreffende maand heeft plaatsgevonden. In de praktijk komt het regelmatig voor dat een maatregel feitelijk niet geëffectueerd kan worden, omdat belanghebbende in de maand waarin de maatregel opgelegd wordt tijdelijk meer inkomsten heeft of de uitkering inmiddels beëindigd is. Voor deze situaties biedt het derde lid de mogelijkheid om een maatregel met terugwerkende kracht op te leggen. Een besluit tot verlaging met terugwerkende kracht kan alleen met een besluit tot herziening van bijstand worden genomen.

Rechtspraak bij dit artikel