**1..** Het college kan besluiten dat de ontvanger van subsidie een vergoeding moet betalen aan de gemeente. Dit in het geval het subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, doordat:
de ontvanger de goederen die hij gebruikt voor of bestemd had voor de gesubsidieerde activiteiten:
vervreemdt
bezwaart
de bestemming ervan verandert.
de ontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van de onder a bedoelde goederen
de ontvanger geheel of gedeeltelijk stopt met de activiteiten, waarvoor hij subsidie krijgt
de gemeente geen subsidie meer beschikbaar stelt
de instelling die subsidie heeft ontvangen ophoudt te bestaan.
**2..** Het college stelt de vergoeding vast. En doet dat binnen een jaar nadat het kennis heeft gekregen van een gebeurtenis genoemd in lid 1. Maar in ieder geval binnen vijf jaar na definitieve vaststelling van het subsidie.
**3..** Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding gaat het college uit van:
de waarde van de goederen op het moment van de gebeurtenis
de waarde van andere vermogensbestanddelen op het moment van de gebeurtenis
de hoogte van de schadevergoeding, die de ontvanger heeft gekregen.
**4..** In het geval van onroerende zaken, laat het college de waarde bepalen door een onafhankelijk deskundige.
Hoofdstuk 6
Artikel 14
Vergoedingsplicht bij vermogensvorming
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Terneuzen 2017