**1..** Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:
een uitweg te maken naar de weg;
van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
**2..** Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van:
a de bruikbaarheid van de weg;
b het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
c de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
d de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
**4..** Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
**5..** Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 5
Artikel 2:12
Maken en veranderen van een uitweg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2017 (APV)