**1..** Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk erfgoedregister).
**2..** Het gemeentelijk erfgoedregister bevat in ieder geval:
gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed;
gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid van de Erfgoedwet;
gegevens over objecten gelegen in beschermde stads- en dorpsgezichten als bedoeld in artikel 1, onder g. van de Monumentenwet 1988.
**3..** Het gemeentelijk erfgoedregister kan ook cultureel erfgoed bevatten waarbij sprake is van voorbescherming of van aanwijzing die nog niet onherroepelijk is.
**4..** Het gemeentelijk erfgoedregister bevat ten minste de volgende gegevens:
de plaatselijke aanduiding;
de datum van de aanwijzing;
de tenaamstelling;
een summiere beschrijving van het monument.
**5..** Het gemeentelijk erfgoedregister kan verder de volgende gegevens bevatten:
de kadastrale aanduiding;
(geschat) bouwjaar of bouwperiode;
de status van voorbeschermd of nog niet onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed;
kaarten met betrekking tot de begrenzing van beschermde historische buitenplaatsen;
kaarten met betrekking tot de begrenzing van stads- en dorpsgezichten, aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of aangewezen op grond van artikel 16a van deze verordening.