**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 2, wordt de verlaging op de bijstand, als bedoeld in hoofdstuk 3, paragrafen 3.2 en 3.3, van de WWB, de uitkering, als bedoeld in artikel 9 van de IOAW en de uitkering als bedoeld in artikel 9 van de IOAZ gedurende een maand vastgesteld op:
tien procent van de uitkeringsnorm uitgedrukt in een bedrag bij een gedraging uit categorie 1;
twintig procent van de uitkeringsnorm uitgedrukt in een bedrag bij een gedraging uit categorie 2;
honderd procent van de uitkeringsnorm uitgedrukt in een bedrag bij een gedraging uit categorie 3;
€ 100,00 bij een gedraging uit categorie 4, waarbij het benadelingsbedrag lager is dan € 1.000,00; € 200,00 bij een gedraging uit categorie 4, waarbij het benadelingsbedrag groter dan of gelijk is aan € 1.000,00 maar lager is dan € 2.000,00; € 400,00 bij een gedraging uit categorie 4, waarbij het benadelingsbedrag groter dan of gelijk is aan € 2.000,00 maar lager is dan € 4.000,00; € 1.000,00 bij een gedraging uit categorie 4, waarbij het benadelingsbedrag groter dan of gelijk is aan € 4.000,00 maar lager dan de grens van het aangiftebedrag van het Openbaar Ministerie.
**2..** In afwijking van het gestelde in het eerste lid bedraagt de verlaging niet meer dan het maandbedrag dat aan WWB, WIJ, IOAW en IOAZ voor uitbetaling in aanmerking komt.
**3..** Bij de IOAW en de IOAZ wordt een maatregel op grond van het eerste lid, onderdeel d van dit artikel in mindering gebracht na toepassing van de inhoudingen op grond van artikel 10 van de IOAW en artikel 10 van de IOAZ.
**4..** Als een gedraging als bedoeld in artikel 5, lid 4, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, bedraagt de maatregel vijf procent van de van toepassing zijnde uitkeringsnorm, uitgedrukt in een bedrag, gedurende één maand.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
Hoogte en duur van de maatregel WWB, IOAW en IOAZ
Onderdeel van Maatregelenverordening Sociale Zekerheid 2010, gemeente Drimmelen