Naar hoofdinhoud
De hier aangeven procedurebepalingen zijn gebaseerd op de in artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet gegeven bevoegdheid aan de voorzitter van de raad om toehoorders die de orde verstoren te doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Deze bevoegdheid is op grond van dit reglement eveneens van toepassing op de voorzitters van de tafels op de politieke avond. Bij lid 4 en 5 gaat het om uitzonderlijke situaties, daarom wordt over het besluit van de voorzitter niet gediscussieerd, om het gezag van de voorzitter op dat moment niet te ondermijnen. Ter verduidelijking van lid 2: onder het geven van tekenen van goed- of afkeuring wordt onder andere applaus, boe-geroep of een spandoek verstaan. Deze zijn in de regel niet toegestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel