Naar hoofdinhoud
1.. Een maatregel wordt toegepast op de uitkering respectievelijk de bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet, over de kalendermaand volgend op de maand waarin het besluit tot het opleggen van een maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm. 2.. Bij toekenning van een recht op uitkering kan, in afwijking van het eerste lid, met terugwerkende kracht een maatregel worden opgelegd indien de verwijtbare gedraging voorafgaand aan de bekendmaking van het toekenningsbesluit heeft plaatsgevonden. 3.. In afwijking van het eerste lid kan een maatregel worden toegepast op de uitkering respectievelijk de bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet over de maand waarin het besluit is genomen, indien die bijstand nog niet betaalbaar is gesteld en de toepassing plaatsvindt nadat het maatregelbesluit aan belanghebbende bekend is gemaakt. De maatregel kan niet worden opgelegd over een periode waarin de gedraging nog niet heeft plaatsgevonden. 4.. Als het toepassen van een maatregel overeenkomstig het eerste lid niet mogelijk is, omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken, wordt de maatregel toegepast op de uitkering over de periode waarop de gedraging betrekking heeft, dan wel de uitkering over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden.

Rechtspraak bij dit artikel