Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 3

Draagkracht

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand Goeree-Overflakkee 2015

1.. Bijstand ter voorziening in de bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan, wordt verleend met inachtneming van de financiële draagkracht van de belanghebbende of het gezin. 2.. Voor de berekening van het inkomen wordt aangesloten bij de systematiek van de algemene bijstand, waarbij de langdurigheidstoeslag wordt meegenomen als inkomenscomponent. 3.. Bij de berekening van draagkracht op basis van het inkomen wordt van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag 110% vrijgelaten. Van het meerdere wordt 30% als draagkracht in aanmerking genomen. 4.. In afwijking van het bepaalde in lid 3 wordt de draagkracht in het inkomen vastgesteld op 100% van het in aanmerking te nemen inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm bij de kosten voor direct levensonderhoud. 5.. Het in aanmerking te nemen inkomen kan in zeer bijzondere gevallen worden verminderd met eventuele bijzondere algemene uitgaven. 6.. Van het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet wordt 50% ten volle als financiële draagkracht aangemerkt. 7.. Buiten beschouwing wordt gelaten vermogen op een geblokkeerde bank- of girorekening, welke alleen bij overlijden kan worden opgenomen, voor zover dit niet meer bedraagt dan € 3.000 voor een alleenstaande en € 6.000 voor gehuwden. 8.. De draagkracht wordt telkens vastgesteld voor de periode van een jaar beginnend op de eerste dag van de maand waarin de bijzondere bijstand wordt aangevraagd en niet eerder dan op een tijdstip waarop voorgaande periode is verstreken. 9.. Wanneer de omstandigheden dat vragen kan ook een andere draagkrachtperiode worden gekozen als startpunt van het draagkrachtjaar. 10.. Een vastgestelde draagkracht kan gedurende het jaar gewijzigd worden indien wijzigingen in de omstandigheden daartoe aanleiding geven. 11.. Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de draagkracht evenredig verrekend over de uit te betalen bijstand. 12.. Indien een aanvrager is toegelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) of deelneemt aan een minnelijk schuldhulpverleningstraject wordt de aanvrager geacht niet over draagkracht te beschikken.

Rechtspraak bij dit artikel