Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van de geldlening als bedoeld in artikel 2 is ten hoogste de waarde van de woning in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden en met het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder d, Participatiewet. 2.. De waarde van de woning wordt vastgesteld overeenkomstig de waarde zoals vermeld op de laatste aanslag in het kader van Wet waardering onroerende zaken, tenzij de laatste aanslag ouder is dan twaalf maanden. In dat geval wordt de woning getaxeerd door een in overleg met de belanghebbende aan te wijzen erkende makelaar/taxateur in Zoetermeer, tenzij al een taxatierapport van niet ouder dan twaalf maanden aanwezig is. Dit taxatierapport moet uitgaan van de waarde van de woning indien onbewoond en vrij van huur. Ter vaststelling van de waarde van een woonwagen vindt taxatie plaats door een gemeentelijk taxateur of een in overleg met de belanghebbende aan te wijzen taxateur. 3.. De kosten verbonden aan de taxatie, de hypotheekakte of de pandovereenkomst en de inschrijving van de hypotheek of de pandovereenkomst alsmede de bijkomende kosten komen ten laste van de belanghebbende. Eventuele bijstand die voor deze kosten wordt verleend, wordt aangemerkt als bijzondere bijstand. 4.. Als na taxatie blijkt dat het vermogen in de woning met bijbehorend erf lager is dan het vermogen, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel d, van de wet, kan voor eventueel gemaakte taxatiekosten bijzondere bijstand worden verstrekt. In gevallen waarin bij (de aanvang van) de bijstandsverlening geen krediethypotheek is gevestigd omdat de waarde in de woning daartoe geen aanleiding gaf, vindt elke vijf jaar een heronderzoek plaats ten behoeve van het bepalen van het recht op voortzetting van de bijstand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel