**1..** Het inzien van beeldinformatie door, dan wel het verstrekken daarvan aan derden, anders dan politie of de officier van justitie, geschiedt slechts als dit verenigbaar is met het doel van cameratoezicht en uitsluitend met inachtneming van de bepalingen van de Wet Bescherming Persoonsgegevens.
**2..** Een verzoek tot het inzien van beeldinformatie dient schriftelijk te worden ingediend bij de CISO.
**3..** Het recht op inzage kan worden verleend als een zwaarwegend belang is aangetoond. In beginsel heeft een betrokkene slechts recht op inzage van zijn eigen persoonsregistratie, dus beeldinformatie waarop slechts de betrokkene te zien is. Bij een aanvraag tot inzage van beelden dient de betrokkene het tijdstip en de tijdsduur van de beelden waarvan hij inzage verlangt aan te geven.
Beeldinformatie kan pas ter inzage worden gegeven na een belangenafweging door de CISO, waarbij het belang van de betrokkene bij inzage van de beeldinformatie is afgewogen tegen overige belangen, waaronder het belang van anderen die op de beeldinformatie voorkomen, ter bescherming van hun privacy.
**4..** Een verzoek tot inzage van een advocaat, in het kader een strafproces ter verdediging van een verdachte cliënt, wordt gedaan door tussenkomst van de officier van justitie.
**5..** Ter vaststelling van zijn identiteit dient de verzoeker in persoon te vervoegen bij de beheerder waarbij een geldig legitimatiebewijs ter inzage moet worden gegeven.
**6..** Op voorstel van de CISO, op basis van de belangenafweging, beslist de directie op de aanvraag.
**7..** Personen die inzage in beeldinformatie krijgen, tekenen een inzageverklaring.
Artikel 11