Naar hoofdinhoud
1.. In afwijking van het bepaalde in de artikel 5 lid 1 en artikel 7 lid 2 met betrekking tot de zichtbaarheid van camera’s, kan in bijzondere gevallen ook heimelijk cameratoezicht plaatsvinden. 2.. Heimelijk cameratoezicht is slechts toegestaan indien het de organisatie, ondanks allerlei inspanningen waaronder regulier cameratoezicht, niet lukt structurele incidenten vast te stellen dan wel daar een einde aan te maken. 3.. Bedoeld heimelijk cameratoezicht mag alleen maar tijdelijk plaatsvinden en dient zodanig te worden toegepast dat inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van medewerkers en/of bezoekers zo klein mogelijk is. 4.. Heimelijk cameratoezicht is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van het College van Burgemeester en Wethouders, onder vermelding van de voorwaarden waaronder het cameratoezicht plaatsvindt. 5.. In het eerste kwartaal van elk jaar wordt door de beheerder, via de bestuurder in de zin van de WOR, gerapporteerd aan de Ondernemingsraad over eventueel toegepast heimelijk cameratoezicht in het voorafgaande jaar voor zover dat toezicht ook in dat jaar beëindigd is. Daarbij wordt in ieder geval de aard, frequentie en lengte van het toezicht vermeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel