Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Moerdijk 2017

Deze verordening verstaat onder: Archeologische beleidskaart van de gemeente Moerdijk: door de gemeenteraad vastgestelde topografische kaart van het gemeentelijk grondgebied waarop de aanwezige archeologische waarden en verwachting op archeologische waarden in zones inzichtelijk maakt en hier beleidsregels aan verbindt. Gemeentelijk monument/ gemeentelijk monumentale zaken: Monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; Monumentencommissie: de op basis van artikel 15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie die als taak heeft het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet, de verordening en het monumentenbeleid. Eigenaren en zakelijk gerechtigden: degenen die in het kadastrale register als eigenaren en zakelijke gerechtigden van een monument zijn ingeschreven. Bouwhistorisch onderzoek: onderzoek, in een schriftelijke rapportage vastgelegd, naar de bouwgeschiedenis, de bouwhistorische kwaliteit en de monumentale waarde van een monument zoals aangegeven in de leidraad voor praktijkgericht bouwhistorisch onderzoek, opgesteld door de Rijksdienst voor Monumentenzorg (nu genaamd Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed). Plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen, denkt te gaan beantwoorden. Programma van eisen: een door de bevoegde overheid opgesteld of bekrachtigd document dat voldoet aan de eisen zoals geformuleerd in de vigerende KNA dat de probleem- en doelstelling van de te verrichten werkzaamheden ten behoeve van het veiligstellen van de archeologische vindplaats weergeeft en de daaruit af te leiden eisen formuleert met betrekking tot het uit te voeren werk. Bevoegd gezag of bevoegde overheid: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Beschermd stads- en dorpsgezicht: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden. Object: een bouwwerk en/of een bouwwerk geen gebouw zijnde. Redengevende omschrijving:een omschrijving waarin de waardevolle onderdelen van het object zijn opgenomen. Waarderingscriteria: de in bijlage 1 genoemde criteria, subcriteria, hun maximale en minimale waardering en wegingsfactor. Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel 2 Gemeentelijk erfgoedregister Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk erfgoedregister). Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel