**1..** Voor subsidiëring op grond van deze regeling komen in aanmerking organisaties die:
beschikken over aantoonbare kennis en ervaring in het betreffende vakgebied/de betreffende werksoort;
zijn ingebed in de lokale sociale infrastructuur;
tarieven hanteren conform de van toepassing zijnde CAO;
waarborgen dat hun medewerkers continu bijgeschoold worden op basis van relevante ontwikkelingen met betrekking tot de dienstverlening;
waarborgen dat zorg- en ondersteuning wordt uitgevoerd door deskundige medewerkers;
beschikken over beroepskrachten die de Nederlandse taal in woord en geschrift op niveau B2 beheersen;
een regeling vastgesteld en bij cliënten bekend gemaakt hebben voor de afhandeling van klachten c.q. medezeggenschap van cliënten;
beschikken over een vrijwilligersbeleid (waarin o.a. aandacht is voor scholing, begeleiding en veiligheid);
geen eigen bijdrage heffen, met uitzondering van een (toegankelijke) bijdrage voor consumptieve en recreatieve goederen en een kostendekkende bijdrage voor de inzet van vakdocenten bij recreatieve activiteiten op ontmoetingsplekken;
medewerkers en vrijwilligers inzetten die in het bezit zijn van een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet Justitiële en strafvorderlijke gegevens. Voor vrijwilligers en ervaringsdeskundigen kan hierop een uitzondering worden gemaakt;
conform de wet Meldcode voor huiselijk geweld beschikken over een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en handelen conform de regionale routekaart;
voor zover het de doelgroep jeugdigen betreft, aangesloten zijn bij de Verwijsindex risicojongeren Midden-IJssel/Oost-Veluwe en signaleert waar nodig in de verwijsindex;
**2..** Voor vrijwilligersorganisaties waar geen beroepskrachten werkzaam zijn, zijn de eisen c, d, e, f, g uit lid 1 van dit artikel niet van toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 3.
Eisen aan de aanvrager
Onderdeel van Subsidieregeling Algemene Voorzieningen Wmo en Jeugd 2018