**1..** Een verlaging van de uitkering bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de
wet of de artikelen 20 IOAW en 20 IOAZ vindt plaats:
voor de duur van een kalendermaand, wanneer sprake is van een
eerste verwijtbare gedraging die niet meer hersteld kan worden;
voor de duur van drie kalendermaanden voor een gedraging die
door belanghebbende kan worden hersteld;
voor de duur van drie kalendermaanden, wanneer sprake is van een
tweede verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere
categorie binnen twaalf maanden na de eerste als verwijtbaar
aangemerkte gedraging.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen bij een derde en volgende verwijtbare
gedraging van dezelfde of een hogere categorie binnen twaalf maanden na
de eerste als verwijtbaar aangemerkte gedraging de uitkering voor
onbepaalde duur verlagen, rekening houdend met de ernst van de
gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden
van de belanghebbende.
**3..** De verlaging wordt herbeoordeeld indien belanghebbende gedurende de
periode van verlaging aantoont dat het verzuim is hersteld. Indien een
gedraging is hersteld kan de verlaging worden gestopt met ingang van de
eerste dag nadat belanghebbende heeft aangetoond zijn gedraging te
hebben hersteld. De verlaging duurt tenminste een kalendermaand.
Artikel 4:
Periode van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Diemen