De functionarissen dienen bij de uitoefening van het ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging de volgende aanwijzingen in acht te nemen:
Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen.
b. In geval van mandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:
"Namens de burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
[naam van de gemandateerde]
[functieaanduiding]
[handtekening
Wanneer alleen wordt ondertekend in mandaat, dient uit het besluit te blijken dat het besluit door het bestuursorgaan zelf is genomen:
De burgemeester van Amsterdam / Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
ondertekend namens deze / dezen,
[naam gemandateerde]
[functieaanduiding]
[handtekening]"
De wijze van ondertekening betreffende mandaat is van overeenkomstige toepassing op volmacht en machtiging.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van SOCIAAL - Ondermandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit directeur Rve Onderwijs, Jeugd en Zorg