**1..** Het college kan een vergoeding verstrekken voor passende kinderopvang aan of voor de uitkeringsgerechtigde die één of meer kinderen heeft die het primair onderwijs bezoeken of die jonger zijn dan 5 jaar en die:
een dienstbetrekking aanvaardt waardoor hij uitkeringsonafhankelijk wordt, of
deelneemt aan een door het college aangeboden voorziening, voor zover de dienstbetrekking of activiteiten de kinderopvang noodzakelijk maken;
**2..** In afwijking van lid 1 kan het college een vergoeding verstrekken voor passende kinderopvang indien naar zijn oordeel van de uitkeringsgerechtigde niet kan worden verlangd dat hij een voltijdsdienstbetrekking aanvaardt en kinderopvang desalniettemin noodzakelijk is.
**3..** Het eerste en tweede lid vinden geen toepassing voor zover voor de kinderopvang een vergoeding ingevolge de Wet kinderopvang kan worden verkregen;
**4..** De vergoeding voor kinderopvang op grond van de leden 1 en 2 wordt verstrekt voor de duur van de dienstbetrekking of activiteit, doch maximaal 12 maanden. Indien burgemeester en wethouders blijkt dat stopzetting van de opvang tot onbillijkheden van zwaarwegende aard zou leiden, kunnen zij besluiten tot voortzetting gedurende maximaal 6 maanden na ommekomst van die 12 maanden;
**5..** Onder passende kinderopvang wordt verstaan behoorlijke opvang door een erkende instelling, een gastouder of derden, die gelet op tijden en plaats waarop zij geschiedt, de belanghebbende in de gelegenheid stelt zijn arbeid te verrichten of deel te nemen aan een door het college aangeboden voorziening;
**6..** Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op werkzoekende personen met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet.