**1..** Van het havengeld zijn vrijgesteld:
vaartuigen in dienst van de gemeente;
vaartuigen in directe dienst van het rijk of de provincie, mits geen personen of goederen tegen betaling worden vervoerd;
hospitaalschepen, uitsluitend als zodanig in gebruik, tot een maximum van 5 keer per rederij per jaar;
vaartuigen die door ijs, ijsgang, storm of andere redenen van overmacht, worden belemmerd hun reis voort te zetten;
vaartuigen die de haven aandoen binnen het tijdvak 9.00 tot 16.00 uur uitgezonderd beroepsvaart, met een verblijfsduur van maximaal 2 uur.;
vaartuigen die de haven uitsluitend voor de tijdsduur van maximaal een half uur aandoen voor het van of aan boord zetten van een aan een opvarende toebehorende personenauto;
historische vaartuigen met een bouwjaar voor 1965, die deelnemen aan door het als zodanig aangewezen evenementen, met een maximum van drie dagen per evenement;
**2..** Het college is bevoegd om in bijzondere gevallen vrijstelling te verlenen.
**3..** Van het bepaalde in lid 1 sub e en f van dit artikel wordt afgeweken indien een vaartuig in deze tijdsperioden een ligplaats in de haven heeft gereserveerd en dit als zodanig kenbaar heeft gemaakt aan havenmeester en / of college.
**4..** De vrijstelling volgens het bepaalde in lid 1 van dit artikel vervalt indien er sprake is van een annulering van een reservering, zoals gesteld in artikel 5 lid 5.