Het kunnen voeren van een huishouden maakt langer zelfstandig wonen in de eigen leefomgeving mogelijk. Adequaat een huishouden voeren is een zeer subjectief begrip waarop een ieder eigen normen en waarden hanteert. Het is het resultaat wat geldt, namelijk dat iemand in een schoon en leefbaar huis woont. Hierbij gaat et om de ruimten, die - op het niveau sociale woningbouw - voor dagelijks gebruik noodzakelijk zijn. Niveau sociale woningbouw betekent dat dit niveau als uitgangspunt wordt genomen. Daarbij kunnen persoonskenmerken en behoeften het noodzakelijk maken hiervan af te wijken.
Proces
Allereerst beoordeelt het college in het gesprek of de beperkingen die ondervonden worden, worden geobjectiveerd door een medische aandoening. Het gesprek door de gemeente dient er voor om vast te stellen of een cliënt in staat is om zonder ondersteuning door een dienstverlener een huishouden te voeren. De redzaamheid van de cliënt zelf, de gebruikelijke zorg door gezinsleden, de realistisch mogelijke ondersteuning van het netwerk
van de cliënt en de mogelijke beschikbaarheid van relevante algemene voorzieningen worden uitdrukkelijk daarbij in acht genomen. Het gesprek door de gemeente gaat niet over de mogelijke invulling van ondersteuning en taken.
Ondersteuning (in welke vorm dan ook) door een dienstverlener is noodzakelijk, indien de cliënt niet in staat is om zonder ondersteuning volledig een huishouden te kunnen voeren. Hierbij gaat het er om dat de dienstverlener de cliënt ondersteunt in het vinden van mogelijke oplossingen. (in welke mate dan ook). Hierbij wordt er gekeken naar:
zijn/haar mogelijkheden tot zelfredzaamheid
Hierbij kan gedacht worden aan de situatie waarin men al jaren op eigen kosten iemand voor deze werkzaamheden inhuurt. Als tegelijk met het optreden van de beperking nog particuliere hulp aanwezig is die de geïndiceerde taken uitvoert, is het oordeel in zijn algemeenheid dat er geen compensatie nodig is, omdat het probleem al opgelost is. Dit neemt de gemeente mee in haar beoordeling maar kan wellicht ook geconstateerd worden door de zorgaanbieder wanneer hiervan ineens sprake blijkt te zijn (gewijzigde omstandigheid) bij de cliënt. Dit is uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er geen particuliere hulp meer aanwezig is of dat geen particulier hulp meer voor handen. Is sprake van bijvoorbeeld een latrelatie dan wel een goede relatie met de (klein)kinderen, verdere familie, vrienden, buren etc., dan zal de zorgaanbieder nagaan of en in hoeverre deze partijen bij kunnen dragen aan het huishouden
de gebruikelijke zorg van thuiswonende gezinsleden, en/of;
Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Of sprake van inwonendheid wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen. Bij gebruikelijke zorg wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enz. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijk gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd worden. Richtlijnen voor de beoordeling van de aanwezigheid en belastbaarheid van gebruikelijke zorg worden elders in deze beleidsregels verwoord.
zijn/haar beschikbare netwerk, en/of;
de mogelijke beschikbaarheid van relevante algemene en/of voorliggende voorzieningen
Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld het gebruik van de glazenwasser voor het reinigen van de ramen aan de buitenkant, het gebruik van een boodschappendienst of een was- en strijkservice, maaltijdservice, kinderopvang, robotstofzuiger etc.
Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem, zal er compensatie noodzakelijk zijn om het resultaat van een schoon en leefbaar huis te behalen. De hulp kan door het college worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Bij een persoonsgebonden budget wordt het bedrag van dit pgbafgegeven als tegenwaarde van de hulp in natura. Daarbij wordt één tarief gehanteerd.
Wanneer de cliënt in het geval kiest voor hulp in natura kiest de cliënt voor een gecontracteerde zorgaanbieder. De zorgaanbieder gaat het gesprek aan met de cliënt om gezamenlijk te bekijken voor welke geobjectiveerde beperkingen binnen het huishouden een compensatie noodzakelijk is.
Bij dit compenseren wordt door de zorgaanbieder in samenwerking met de cliënt, indien dit behoort tot de mogelijkheden, een plan gemaakt (en vastgelegd) om de cliënt te stimuleren meer zelfredzaam te worden, door bijvoorbeeld regelmatiger een vloerreiniger met een synthetische doek te gebruiken en minder te stofzuigen, dan wel een cliënt te ondersteunen in het activeren en betrekken van het sociaal netwerk.
Ook bij mantelzorgers kan sprake zijn van problemen met een schoon huis. Dit is een afgeleid recht van de verzorgde, zodat geen zelfstandig recht ontstaat.
Bijvoorbeeld wanneer de mantelzorger aantoonbaar niet toe komt aan een bijdrage tot eenschoon en leefbaar huis van de verzorgde. Dat zou kunnen als gevolg van (dreigende)overbelasting. Dan kan op naam van de verzorgde ondersteuning plaats vinden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Hulp bij het huishouden
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning 2016