De aanvrager kan aanspraak maken op ondersteuning op het gebied van maatschappelijke participatie in de vorm van een tegemoetkoming voor zichzelf indien:
het inkomen van de aanvrager ten tijde van de aanvraag netto niet meer bedraagt dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en deze geen studiefinanciering ontvangt op grond van de Wet op de studiefinanciering 2000;
het vermogen niet meer bedraagt dan het vermogen, zoals bedoeld in artikel 34 van de Wet werk en bijstand; en
bij het bepalen van het vermogen, als bedoeld onder b, wordt het vermogen uit de eigen woning buiten beschouwing gelaten.