Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Aanvullende criteria voor maatwerkvoorzieningen opvang en beschermd wonen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Steenwijkerland 2017

1.. In aanvulling op artikel 8, tweede lid, kan een cliënt in aanmerking komen voor opvang als hij feitelijk of residentieel dakloos is en niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; opvang, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende, noodzakelijke en tijdelijke bijdrage levert aan het voorkomen van dakloosheid, het psychosociaal functioneren, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en/of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen en de behoefte van de cliënt met als doel het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 2.. In aanvulling op artikel 8, tweede lid, kan een cliënt (alsmede eventuele kinderen van deze cliënt) in aanmerking komen voor opvang als deze de thuissituatie heeft verlaten, in verband met risico’s voor de veiligheid van deze cliënt (en/of de kinderen van deze cliënt) als gevolg van huiselijk geweld, en de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; opvang, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende, noodzakelijke en tijdelijke bijdrage levert aan het afwenden van gevaar voor de cliënt (en/of de kinderen van deze cliënt), voorkomen van dakloosheid, het psychosociaal functioneren, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en de behoefte van de cliënt met als doel het realiseren van een situatie waarin de cliënt (en/of de kinderen van deze cliënt) in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht en in een veilige situatie zich te handhaven in de samenleving. 3.. In aanvulling op artikel 8, tweede lid, kan een cliënt in aanmerking komen voor beschermd wonen op grond van de Wmo 2015 als hij psychische- of psychosociale problemen heeft en niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en beschermd wonen, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 5 bedoelde onderzoek, een passende en noodzakelijke bijdrage levert aan het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en/of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen en daarbij voorziet in de behoefte van de cliënt met als doel het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 4.. Het college kan de volgende bevoegdheden mandateren aan een andere (centrum)gemeente met inachtneming van de wettelijke bepalingen: het bepalen of cliënten die gebruik maken van maatwerkvoorzieningen voor opvang of beschermd wonen een bijdrage in de kosten zijn verschuldigd en welke bijdragen van toepassing zijn voor de verschillende soorten maatwerkvoorzieningen voor opvang en beschermd wonen; het bepalen door welke instantie de bijdragen in de kosten voor maatwerkvoorzieningen voor opvang worden vastgesteld en geïnd. 5.. Het college kan de bevoegdheid mandateren aan een andere (centrum)gemeente dan wel een door de gemeente aangewezen instelling, met inachtneming van de wettelijke bepalingen, om tot onderzoek over te gaan en na een aanvraag vast te stellen of een cliënt voor een maatwerkvoorziening beschermd wonen of opvang in aanmerking komt en tot het vaststellen en innen van een eigen bijdrage in de kosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel