Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Termijnen advies en vergunningverlening

Onderdeel van Monumentenverordening 2009

1.. De aanvraag van de monumentenvergunning als bedoeld in artikel 10, tweede lid, wordt schriftelijk ingediend bij het college 2. Het college legt een ontvankelijke aanvraag gedurende twee weken ter visie. 3. Binnen de termijn van tervisielegging kan een ieder zijn zienswijze over de in behandeling genomen vergunningsaanvraag naar voren brengen bij het college. 4.. Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om een monumentenvergunning voor een gemeentelijk monument aan de Commissie voor welstand en monumenten om advies. 5.. Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de Commissie voor welstand en monumenten schriftelijk advies uit aan het college. 6.. Bij overschrijding van de in lid 5 genoemde termijn wordt de Commissie voor welstand en monumenten geacht geadviseerd te hebben 7.. Het college beslist binnen zes weken na ontvangst van het advies van de Commissie voor welstand en monumenten, maar in ieder geval binnen dertien weken na ontvangst van de ontvankelijke aanvraag van de monumentenvergunning, op die aanvraag. 8.. Het college kan de in het zevende lid genoemde termijn van dertien weken met ten hoogste dertien weken verlengen, mist het college de aanvrager daarvan schriftelijk kennis geeft binnen de in het zevende lid genoemde termijn van dertien weken. 9.. Indien het college niet voldoet aan het zevende of achtste lid, is de vergunning van rechtwege verleend overeenkomstig de ontvankelijke aanvraag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel