Het bevoegd gezag kan een verleende vergunning in aanvulling op het gestelde in artikel 2.33 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:
de vergunninghouder behalve de werkzaamheden waarvoor vergunning is verleend, werkzaamheden verricht waarvoor de uitvoeringsrichtlijnen, bedoeld in artikel 10, lid 3, niet van toepassing zijn, of als die daarop wel van toepassing zijn, blijkt dat die uitvoeringsrichtlijnen niet worden nageleefd;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
meer dan vijf jaren zijn verstreken nadat de monumentenvergunning onherroepelijk is geworden en niet is begonnen met de werkzaamheden waarvoor die vergunning is verleend.