Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 16.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking en terugvordering

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oost Gelre

Degene aan wie een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk uit eigen beweging schriftelijk aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een maatwerkvoorziening. Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Wordt een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet op grond van artikel 2.3.10 van die wet herzien of ingetrokken, dan kan het college een voorziening die op basis van die beslissing in eigendom of in bruikleen is verstrekt, terugvorderen. Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde persoonsgebonden budget worden teruggevorderd. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken als er sprake is van wijziging van nadere regels en/of beleidsregels. Het college neemt bij hierdoor te nemen beschikkingen een redelijke overgangstermijn in acht. Als het college een beslissing op grond van artikel 2.3.10, onderdeel a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. Het college kan een geldschuld verrekenen met een vordering op de wederpartij die zij beide hebben op basis van deze verordening, of haar voorganger. Het college is bevoegd tot verrekening van vorderingen voortvloeiende uit beschikkingen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Participatiewet. De eigenaar-bewoner, die een woningaanpassing heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij verkoop van deze woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding van de woningaanpassing: deze verkoop van de woning zo spoedig mogelijk aan het college te melden; en de meerwaarde, volgens het in de nadere regels vastgelegde afschrijvingsschema, aan het college terug te betalen. Het terug te betalen bedrag bedraagt nooit meer dan het bedrag dat ten laste van het college is gekomen in verband met de woningaanpassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel