**1..** Uit de jurisprudentie volgt dat automatische toepassing van het sluitingsbeleid in strijd is met het reparatoire karakter van een sluitingsbevel krachtens artikel 13b Opiumwet. De sluiting krijgt daarmee een leedtoevoegend karakter. De sluiting strekt tot het ongedaan maken van de overtreding van de Opiumwet en tot het voorkomen van herhaling van de overtreding en hierbij dienen belangen te worden afgewogen.
**2..** Indien sprake is van een woning met meerdere bewoners dienen er aanwijzingen te zijn om hen aan te merken als ’schuldige medebewoners’. Is dat niet het geval kan het besluit leiden tot een onevenredige aantasting van het recht op privéleven uit artikel 8 EVRM. De belangen moeten voldoende zijn meegewogen. Dit betekent dat zij omtrent hun eventuele rol in het geheel gehoord kunnen worden.
**3..** Als door de duur van de procedure geruime tijd is verstreken sinds de ontdekking van de kwekerij, hoeft dat voor de rechter geen aanleiding te zijn om te concluderen dat de belangenafweging tot een minder vergaande maatregel moeten leiden.
**4..** Uit diverse rechterlijke uitspraken blijkt dat de enkele aanwezigheid van een hoeveelheid hennep(planten) -die van zodanige omvang is dat deze niet bestemd kan zijn voor eigen gebruik, maar geacht moet worden aanwezig te zijn om te worden verkocht, afgeleverd of verstrekt in de zin van de bepaling van de Opiumwet- voldoende basis vormt voor toepassing van artikel 13b van de Opiumwet. Hierbij kan als afweging worden meegenomen of er sprake is van een bewoonde of niet bewoonde woning, en of er sprake is van overlast of een onveilige situatie.
**5..** In ernstige of spoedeisende gevallen kan van het geformuleerde beleid en de bijbehorende handhavingsmatrix, worden afgeweken.
De rechter moet kunnen toetsen of de bestreden sluiting pastte binnen het door de burgemeester te voeren beleid en of het besluit voldoet aan artikel 3:4 Awb (evenredigheidsbeginsel).