**1..** Het college werkt mee aan een schuldregeling als:
redelijkerwijs is te voorzien dat de debiteur niet zal kunnen doorgaan met het betalen van zijn schulden;
redelijkerwijs is te voorzien dat een schuldregeling zonder medewerking van de gemeente niet tot stand zal komen; en
de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
**2..** Het college werkt niet mee aan een schuldregeling als:
de terugvordering van de uitkering het gevolg is van het verwijtbaar niet nakomen van de inlichtingenplicht of ander verwijtbaar gedrag van de debiteur;
de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
de vordering is gedekt door een zakelijk recht als pand of hypotheek dan wel de vordering het gevolg is van een eerder verstrekte geldlening vanwege vermogen in eigen woning als bedoeld in artikel 50 van de Wet.
**3..** Het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling wordt ingetrokken als:
niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen als neergelegd in het eerste lid;
de debiteur de aan de schuldregeling verbonden verplichtingen ondanks eerdere waarschuwing blijft schenden; of
onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
**4..** Nadat alle schuldeisers de voorgestelde schuldregeling hebben geaccepteerd wordt de invordering van de vordering van de gemeente opgeschort.
**5..** In afwijking van het tweede lid kan het college met betrekking tot de vorderingen als bedoeld in onderdeel a meewerken aan schuldregelingen voor zover de medewerking niet leidt tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van deze vorderingen.
Hoofdstuk 3
Artikel 15
Schuldregeling
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW EN IOAZ 2017 (Debiteurenbeleid 2017)