Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Erf- en perceelafscheidingen

Onderdeel van Beleidsregel afwijkingsbeleid ruimtelijke ordening 2015

In veel gevallen kunnen erf- en perceelafscheidingen vergunningsvrij worden gebouwd. Dit betreft afscheidingen: vóór de voorgevelrooilijn of grenzend aan openbaar toegankelijk gebied tot maximaal 1 meter hoogte; achter de voorgevelrooilijn en op meer dan een 1 meter afstand van openbaar toegankelijk gebied, tot maximaal 2 meter hoogte. De achtergrond van deze regel is dat (volgens onderzoek in opdracht van het ministerie in 2008) een groot draagvlak bestaat voor regels met betrekking tot de ruimtelijke kwaliteit van de naar het publiek domein toegekeerde zijde van een woonperceel. Door hoge schuttingen en muren kan deze kwaliteit worden aangetast en wordt het zicht op gevels weggenomen. In een aantal situaties kan met deze regels niet tot een goede oplossing worden gekomen. Dit betreft: hoekwoningen die langs twee straten gesitueerd zijn en daardoor met twee voorgevelrooilijnen te maken hebben; woningen waarbij zowel aan voor- als achterzijde openbaar toegankelijk gebied aanwezig is; woningen waarbij een zeer klein achtererfgebied en een grote tuin aan de voorzijde aanwezig is. In veel van deze gevallen is in het bestemmingsplan een regel opgenomen die het creëren van een beschutte achtertuin mogelijk maakt. Dan kan met toepassing van die planregel een vergunning worden verleend voor een erfafscheiding van 2 meter hoog op een deel van het perceel waar dat volgens de vergunningsvrije regels niet kan. Indien het bestemmingsplan niet in een oplossing voorziet, kan uitgegaan worden van de volgende criteria. Ad a: hoekwoningen Bij hoekwoningen wordt een erfafscheiding hoger dan 1 meter toegestaan achter de voorgevelrooilijn die langs de voorzijde van de woning is te trekken. Deze erfafscheiding mag maximaal 2 meter hoog zijn en moet voldoen aan de criteria die de welstandsnota o.m. ten aanzien van begroeiing stelt. Ad b: woningen met openbaar toegankelijk gebied aan voor- en achterzijde Bij woningen waarvan zowel de voor- als de achtertuin aan openbaar toegankelijk gebied grenst, wordt aan de achterzijde binnen 1 meter van het openbaar toegankelijk gebied een erfafscheiding tot 2 meter hoog toegestaan. Heeft de woning aan drie zijden met openbaar toegankelijk gebied te maken, dan moet de erfafscheiding aan de zijkant voldoen aan de criteria voor hoekwoningen. Ad c: woningen met een klein achtererfgebied en een grote tuin aan de voorzijde Binnen de gemeente is een aantal woningen te vinden, die een diepe voortuin hebben maar niet of nauwelijks een achtererfgebied. De woning is dus helemaal aan de achterzijde van het perceel gesitueerd. Onze gemeente kent bijvoorbeeld woningen met voortuinen die 20 meter diep zijn, terwijl het perceel achter de woning slechts 2 meter diep is. In dergelijke gevallen is dus een grote tuin aanwezig, maar kan deze lastig worden benut om beschut te zitten. Het is in dergelijke situaties niet gewenst om de gehele tuin met een erfafscheiding van 2 meter hoog te omvangen, omdat dat de ruimtelijke kwaliteit zoals beleefd vanuit het publieke domein veelal aantast. Wel kan worden meegewerkt aan een inrichting van de voortuin die enerzijds de zichtlijn vanaf de straat enigermate respecteert, terwijl anderzijds met een gedeeltelijk groene erfafscheiding (zoals onder a. bij de hoekwoningen) ook een beschut gedeelte kan worden gecreëerd. Dit kan door de eerste 5 à 6 meter van de tuin gerekend vanaf de straatzijde geen bebouwing hoger dan 1 meter toe te staan en daarachter beschutte ruimtes te creëren door erfafscheidingen te gebruiken die minimaal 50% van de lengte uit (een raamwerk met) beplanting bestaan. Idealiter wordt daarbij niet de volle breedte van de gevel afgeschermd maar blijft een doorkijk van de straat naar de gevel behouden. Is sprake van een ondiepe voortuin (<10 meter), dan is deze oplossing niet mogelijk, omdat de ruimtelijke kwaliteit vanuit het straatbeeld dan te zeer wordt aangetast.

Rechtspraak bij dit artikel