**1..** Iedere inwoner die niet over middelen beschikt om te voorzien in de kosten van sociaal-culturele activiteiten, heeft recht op een vergoeding cq. toekenning vanuit het Declaratiefonds.
**2..** Voor een tegemoetkoming komen in aanmerking de personen van 21 jaar en ouder, die inwoner zijn. De tegemoetkoming wordt verstrekt aan degene die minimaal drie maanden voorafgaand aan de aanvraagdatum is aangewezen op een inkomen van maximaal 120 procent van de voor hem of haar geldende bijstandsnorm. Daarnaast mag het vermogen op de datum van de aanvraag niet meer bedragen dan het vrij te laten vermogen in het kader van de Participatiewet. Het vermogen uit de eigen woning wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
**3..** De tegemoetkoming geldt voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden/samenwonenden en hun ten laste komende kinderen tot en met 17 jaar en geldt voor ieder gezinslid afzonderlijk.
**4..** Inkomsten van ten laste komende kinderen worden niet bij het inkomen van de ouder(s) opgeteld.
**5..** Thuiswonende jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar van de in lid 3 vermelde ouder(s) die zelf ook voldoen aan de in lid 2 genoemde inkomens- en vermogenseisen, behoren ook tot de doelgroep van het Declaratiefonds.
**6..** Van een bijdrage zijn de volgende categorieën inwoners uitgesloten:
studenten die een studie volgen waarvoor studiefinanciering op basis van de Wet studiefinanciering 2000 mogelijk is;
vreemdelingen zonder rechtsgeldige verblijfstitel;
degene aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
Artikel 3.