De gemeente voert een volledige Bibob-toets uit ten aanzien van een overeenkomst met betrekking tot een onroerende zaak, gericht op het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom, waarbij de gemeente partij is, indien sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of vanuit het Openbaar Ministerie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob (direct of als reactie op een door haar ontvangen signaal van het Bureau) en/of het Bureau, die aanleiding vormt om te vermoeden dat sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
Bij de start van onderhandelingen, zal de gemeente de wederpartij ervan in kennis stellen dat een volledige Bibob-toets deel kan uitmaken van de procedure.
In voornoemde overeenkomsten wordt verder een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, vernietiging of opschorting van de overeenkomst bij een ernstige mate van gevaar, dan wel een mindere mate van gevaar. De integriteitsclausule houdt tevens in dat het niet beantwoorden van vragen op grond van artikel 30 en artikel 12 van de Wet Bibob kan leiden tot ontbinding van de overeenkomst.
Indien de Bibobprocedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen.
De Wet Bibob wordt niet toegepast, ingeval het gaat om een vastgoedtransactie met:
overheidsinstanties;
semi-overheidsinstanties (semi-overheid is een algemene aanduiding voor allerlei soorten overheidsorganisaties, die “dicht tegen de overheid aanzitten”; kenmerken van semi-overheid zijn dat er sprake is van:
wettelijke taken en/of het dienen van een uitgesproken publiek belang en
een (flinke) publieke financiering);
toegelaten woning(bouw)corporaties; (toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting conform Woningbesluit 1932 middels een daartoe verstrekte vergunning).
Paragraaf 3:
Artikel 3.1