Het college kan de eigenaar of houder van een voertuig ontheffing verlenen ten behoeve van het:
verhuizen van en naar een woonadres in de binnenstad, dat is gelegen in een voor gemotoriseerd verkeer afgesloten gebied of straat;
bereiken van de eigen privé-parkeerplaats als deze is gelegen in een voor gemotoriseerd verkeer afgesloten gebied;
bereiken van zijn woonhuis door een persoon in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart en woonachtig in een voor gemotoriseerd verkeer afgesloten gebied;
laden en/of lossen van materialen en/of gereedschappen bij een pand in een afgesloten gebied, als aangetoond wordt dat deze benodigd zijn bij het uitvoeren van werkzaamheden en aangetoond wordt dat het laden/lossen niet binnen de eventueel geldende vensteruren mogelijk is en het, voor het bedrijf noodzakelijke, laden en/of lossen niet aan de rand van het afgesloten gebied kan plaatsvinden;
. parkeren van een voertuig in directe nabijheid van te verrichten werkzaamheden, waarbij aangetoond wordt dat noodzakelijk is dat bij voortduring gebruik wordt gemaakt van apparatuur en/of gereedschappen uit dat voertuig, zonder de doorgang voor overig verkeer te hinderen. Aangetoond dient te worden dat het redelijkerwijs niet mogelijk is de bij de werkzaamheden benodigde materialen op de betreffende locatie af te leveren, waarna het voertuig buiten het afgesloten gebied op een reguliere parkeerplaats wordt geparkeerd;
het dienen van een belang van orde, veiligheid, medische zorg of een andere dringende of bijzondere omstandigheid.
Artikel 9
Ontheffing binnenstad
Onderdeel van Verordening voor het verlenen van ontheffingen ingevolge artikel 87 RVV