Op 1 december 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brunssum beleid vastgesteld voor het intrekken van een bouwvergunning voor bedrijfsmatige projecten (loodsen, bedrijfspanden, en dergelijke). Met ingang van 1 februari 2010 is voornoemd beleid in werking getreden. De grondslag voor het beleid lag in de artikelen 59, lid 1, aanhef, onder c en d, van de Woningwet juncto artikel 4.1, aanhef, onder b, van de Bouwverordening der Gemeente Brunssum. Op grond van die artikelen had het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid een bouwvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken indien geen begin was gemaakt met de bouwwerkzaamheden respectievelijk tussen het begin en het einde van de bouwwerkzaamheden de werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken na het onherroepelijk worden van de bouwvergunning stillagen.
Sinds 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. De Wabo vervangt onderdelen uit (onder andere) de Woningwet, waaronder ook de mogelijkheid tot het intrekken van voormalige bouwvergunningen.
Volgens artikel 1.2, lid 1, aanhef, onder g, van de Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden bouwvergunningen die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.1, lid 1, van de Wabo, van kracht en onherroepelijk zijn, voor zover voor de betrokken activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1 van de Wabo is vereist, gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.
In het thans vigerende intrekkingsbeleid wordt nog uitgegaan van het juridische kader zoals genoemd in de Woningwet. Dit juridische kader dient vervangen te worden door het juridische kader uit de Wabo.