Naar hoofdinhoud
2.1 Matrix Het toetsingsprotocol bestaat uit een matrix. In deze matrix worden vertikaal de afdelingen per hoofdstuk uit het Bouwbesluit 2012 weergegeven. Horizontaal zijn de gebruiksfuncties weergegeven die het Bouwbesluit onderscheidt. Denk bijvoorbeeld aan de woonfunctie (woongebouw), industriefunctie en winkelfunctie. Per combinatie van voorschrift en gebruiksfunctie wordt weergegeven hoe intensief een bouwplan getoetst moet worden. Het volledige toetsingsprotocol is opgenomen in bijlage 1. 2.2 De toetsniveaus De diepgang van de toets kan variëren van geen toets tot volledig toetsen: Niveau 0. Geen toets: Alleen als een aanvraag is ingediend door een bureau dat gecertificeerd is op basis van de BRL 5019 om bouwplannen te toetsen, dan hoeft de gemeente het bouwplan niet te toetsen of aan een voorschrift wordt voldaan. Het toetsprotocol geeft het niveau aan waarop de bouwplantoetser van de Gemeente Brunssum minimaal moeten toetsen, toetsniveau 0 komt hierin dan ook niet voor. Niveau 1. Uitgangspuntentoets: Beoordelen of alle stukken beschikbaar zijn om de aanvraag inhoudelijk te kunnen beoordelen. Controle beperkt zich tot de aangeleverde stukken (‘ontvankelijkheidstoets’). Niveau 2. Visueel toetsen: Kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken in de juiste vorm zijn. Per te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn (op basis van kennis en ervaring). Is een uitkomst niet aannemelijk, dan zal de berekening altijd nagerekend moeten worden of moet verzocht worden om aanvullende gegevens. Niveau 3. Representatief toetsen: Controleren of de belangrijkste onderdelen voldoen: gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken in de juiste vorm zijn. Per te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn. Op basis van de visuele toets wordt bepaald welke aspecten moeten worden nagerekend. Het bepalen van de belangrijkste berekeningen blijft een taak van de toetser. Niveau 4. Volledig toetsen: Alle onderdelen controleren: gecontroleerd wordt of de uitgangspunten van de aangeleverde stukken in de juiste vorm zijn en of van elk te toetsen aspect de uitgangspunten juist zijn. Van elk te toetsen aspect worden de uitkomsten gecontroleerd of nagerekend. Deze definities van de toetsniveaus komen overeen met de definities die landelijk hiervoor worden gehanteerd. 2.3 De toets: Elke toets begint met toetsniveau 1 om vast te stellen of alle voor de inhoudelijke beoordeling noodzakelijke gegevens ook daadwerkelijk zijn ingediend en zo nodig aanvullende gegevens op te vragen. Hierbij ligt de focus op de gegevens die nodig zijn om het bouwplan adequaat te kunnen beoordelen. Geeft de matrix aan dat met toetsen op niveau 1 kan worden volstaan, dan gaat de toetser alleen verder als de stukken daartoe aanleiding geven. Hetzelfde geldt voor de andere toetsniveaus zoals aangegeven in de matrix. Vanaf toetsniveau 2 wordt beoordeeld of een uitkomst aannemelijk is. Het hangt sterk af van de kennis en ervaring van de bouwplantoetser, of hij of zij kan inschatten of iets aannemelijk is. In het geval van een minder ervaren toetser kan er dan ook voor gekozen worden dat zwaarder getoetst wordt. 2.2 Totstandkoming toetsingsprotocol Gemeente Brunssum Om de redenen zoals genoemd in paragraaf 1.2 is begin 2012 de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012 (LBT 2012) gereed gekomen. Deze is opgesteld in opdracht van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland (VBWTN). Plantoetsers uit diverse gemeenten maakten deel uit van de gebruikersgroep. Het ministerie van BZK en de (voormalige) Vrom-inspectie zijn niet betrokken geweest bij de totstandkoming van deze matrix. Dit was wel het geval bij de voorloper van de LBT 2012, de CKB-matrix (Collectieve Kwaliteitsnormering Bouwvergunningen). De VBWTN ziet het als een eigen verantwoordelijkheid van publieke en private toetsers om op basis van hun eigen professionaliteit tot afspraken te komen over het minimale toetsniveau. De LBT 2012 is opgenomen in het digitale toetsprotocol BRIStoets, een geautomatiseerd programma dat ook de gemeente Brunssum hanteert als hulpmiddel bij het toetsen van bouwplannen aan het Bouwbesluit. BRIStoets biedt de mogelijkheid om een eigen toetsmatrix te gebruiken in plaats van de LBT 2012 te volgen. De afdeling Vergunningen van de Gemeente Brunssum heeft er voor gekozen om een eigen matrix op te stellen, gebaseerd op een eigen risico-analyse op de voorschriften van het Bouwbesluit 2012, in plaats van het volgen van de LBT 2012. Deze keuze is gemaakt, omdat bij de LBT 2012 de risico-analyse ontbreekt. Deze is echter nodig om de gemaakte keuzes te verantwoorden. 2.2.1 Risicoanalyse: de basis van het toetsingsprotocol Om de risico’s te berekenen is gebruik gemaakt van de volgende formule: Risico = Kans (dat het effect zich voordoet bij niet naleving voorschriften) X (de ernst van het) Effect (veroorzaakt door niet naleving van de voorschriften). De volgende effectonderwerpen zijn onderscheiden: fysieke veiligheid persoonlijk fysieke veiligheid schade gebouw gezondheid overlast naar derden milieu Niet ieder onderwerp weegt even zwaar mee in de risico-analyse: aan de effectonderwerpen fysieke veiligheid persoon, fysieke veiligheid schade gebouw en gezondheid is een wegingsfactor 3 toegekend. Hieraan wordt dus een groter belang gehecht. Overlast naar derden en milieu hebben een wegingsfactor 1. De kans en het effect zijn onderverdeeld in een aantal waarden: Effect: 1 = het niet voldoen aan de voorschriften uit het Bouwbesluit heeft nauwelijks tot geen gevolg (effect) voor het effectonderwerp 2 = het niet voldoen aan de voorschriften uit het Bouwbesluit heeft gevolgen (effect) voor het effectonderwerp (effect is behoorlijk/aanzienlijk) 3 = het niet voldoen aan de voorschriften uit het Bouwbesluit heeft enorme gevolgen (effect) voor het effectonderwerp Kans: De kans dat een bouwplan niet voldoet aan het Bouwbesluit is: 1 = zeer klein 2 = klein 3 = reeël 4 = groot 5 = zeer groot Bepalende factoren die van invloed kunnen zijn op de kans dat een voorschrift niet wordt nagekomen zijn bekendheid met de voorschriften, de complexiteit van de voorschriften en de kosten om aan de voorschriften te voldoen. De risicoberekening ziet er dan als volgt uit: Kanttekening: De effecten en kans zijn ingevuld op basis van de kennis en ervaring van de bouwplantoetsers van de afdeling Vergunningen. Hierbij gaat het om twee 2 ervaren bouwplantoetsers. Als in de praktijk iemand met minder ervaring en kennis bouwplannen gaat toetsen zal wellicht intensiever getoetst moet worden dan het niveau aangegeven in de toetsmatrix. De risico-analyse maakt inzichtelijk waar zich de risico’s voordoen. Hoe hoger het risico, hoe zwaarder de toetsing die moet plaatsvinden. Hierbij is de volgende indeling gehanteerd: De volledige risico-analyse is opgenomen in bijlage 2. 2.2.2 Het vullen van de toetsingsmatrix Na het opstellen van de risico-analyse hebben de bouwplantoetsers van de afdeling Vergunningen de toetsingsmatrix ingevuld. Het vastgelegde toetsniveau is echter niet alleen bepaald door de uitkomsten van de risico-analyse, maar ook door factoren als de gevoeligheid van de functie van een gebouw of de zelfredzaamheid van de personen aanwezig in dat gebouw, en de mate waarin ervaring is opgedaan met een specifiek bouwplan (onderwerpen die nauwelijks voorkomen, zoals bijvoorbeeld de aanleg van een tunnel, en waarmee binnen de gemeente dus weinig ervaring is, worden intensiever getoetst). In de uitsplitsing naar gebruikfuncties kan het uiteindelijke toetsniveau voor een specifieke gebruiksfunctie hierdoor hoger of lager zijn uitgevallen. Daar waar mogelijk is zoveel mogelijk het landelijk vastgestelde, minimale toetsniveaus, gevolgd. Een voorbeeld: voorschriften afdeling 3.2: Bescherming tegen geluid van installaties, nieuwbouw. Uit de uitgevoerde risico-analyse vloeit hier toetsniveau 2 uit voort, visueel toetsen. Kijken we echter naar de toetsmatrix van de gemeente Brunssum, dan worden de voor dit aspect minder ‘gevoelige’ gebruiksfuncties als lichte industriefunctie en winkelfunctie alleen op uitgangspunten getoetst. Daarentegen wordt een bouwplan inz. een kinderopvang intensiever gecontroleerd, namelijk representatief getoetst. In de Brunssumse toetsingsmatrix is het toetsniveau voor een aantal specifieke voorschriften en gebruiksfuncties zowel lager als hoger vastgelegd dan de landelijke toetsniveaus in de LBT 2012. In de toetsmatrix in bijlage wordt dit weergegeven door een rode lijn (lager toetsniveau dan landelijk) of een groene lijn (hoger toetsniveau dan landelijk) Deze keuzes worden op de volgende pagina’s toegelicht. In het geval waarin het toetsniveau uiteindelijk lager wordt vastgelegd dan het toetsniveau dat zou voortvloeien uit onze risicoanalyse, wordt hieronder ook de reden voor deze keuze toegelicht. De volledige toetsmatrix is opgenomen in bijlage 1. Daarnaast zijn de Brunssumse toetsniveaus opgenomen in BRIStoets.

Rechtspraak bij dit artikel