Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Uitvoeringsregels gebruik knalapparatuur

Het gebruik van een knalapparaat om vogels en wild te verjagen van landbouwgronden is zonder voorafgaande ontheffing of melding toegestaan als wordt voldaan aan de volgende criteria: Een knalapparaat wordt uitsluitend gebruikt ter voorkoming van (vraat)schade aan gewassen. Een knalapparaat mag voor dezelfde teelt gedurende een maximaal aaneengesloten periode van 6 weken op hetzelfde perceel in gebruik zijn. Per kalenderjaar mag voor maximaal 2 periodes van 6 weken een knalapparaat op hetzelfde perceel in gebruik zijn. Een knalapparaat mag niet in werking zijn tussen 21:00 en 07:00 uur. Het aantal knallen per knalapparaat per uur is maximaal 6 en maximaal 3 wanneer het knalapparaat is geplaatst in een gebied dat op grond van de Provinciale milieuverordening is aangewezen als stiltegebied. Een knalapparaat moet op ten minste 200 meter van een geluidsgevoelig gebouw of terrein worden opgesteld. Een knalapparaat moet op ten minste 50 meter van de openbare weg worden opgesteld. Een knalapparaat moet op ten minste 75 meter van de grens van een aangewezen natuurgebied worden opgesteld. Een knalapparaat moet zo zijn opgesteld dat de loop van het kanon van een geluidsgevoelig gebouw of terrein en zo mogelijk van de openbare weg af is gericht. Cumulatie met knalapparaten op andere percelen mag niet leiden tot ontoelaatbare hinder. Er moet minimaal 300 meter tussen knalapparaten aanwezig zijn. Een knalapparaat moet voorzien zijn van een duidelijk leesbaar label waarop de naam, adres, woonplaats, (mobiel) telefoonnummer en zo mogelijk een e-mailadres van de gebruiker staan vermeld. De eigenaar van het knalapparaat moet zorg dragen voor voldoende toezicht op de veiligheid en het naleven van de regels.

Rechtspraak bij dit artikel